Kenmerken van de Nederlandse OV-markt

De Nederlandse OV-markt is in het begin van deze eeuw onderhevig geweest aan de privatiseringsdrift van de paarse kabinetten. Dit heeft geleid tot een systeem waarin concessies door concessiehouders (overheden) in de markt worden uitgevraagd. OV-bedrijven kunnen hier vervolgens op bieden en voor langere tijd (meestal 5 tot 15 jaar) de dienstverlening verrichten in dit geografische gebied. Dientengevolge is geen sprake van concurrentie op de markt waarbij de klant keuze heeft tussen aanbieder A en aanbieder B, maar is een systeem ontstaan waarin in economische termen over het geheel genomen sprake is van geografische monopolies. Door de strijd die om de markt wordt gevoerd, bevinden de vervoersbedrijven zich gevoelsmatig in een concurrerende positie ten opzichte van de overige vervoerders. Enerzijds bevechten zij elkaar en wordt van hen een concurrerende houding verwacht door de overheden. Anderzijds verwachten reizigers van hen de inspanning om diensten en dienstverlening zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Kortom, waar ze enerzijds concurrent zijn, zijn ze anderzijds ketenpartners. wordt vervolgd